Fransiscus Hubertus Peeters werd honderd jaar geleden geboren te Schinnen in Nederlands Limburg.
Hij kreeg een opleiding bouwkunde aan de hogeschool te Tilburg. Vanaf 1950 maakte hij vele studiereizen doorheen Frankrijk, Italië en Oostenrijk waarna hij in 1955 zich te Swalmen vestigde.
In deze vroege periode werkte hij als beeldhouwer in steen, brons en hout.
Midden jaren zestig begon de kunstenaar in polyester te werken, hij was hierin een voorloper en introduceert onder anderen de Amerikaanse beeldhouwer Shinkichi Tajiri tot de techniek. Peeters’ befaamde ‘bolplastieken’ - gelakt in RAL 9010 en de huid zijdeglans- streken als een soort ruimtetuigen in het landelijke Swalmen neer. Het was dan ook in deze Space Age dat Frans Peeters de meeste erkenning genoot. Zijn voorkeur voor de bolvorm was een voorkeur voor het volstrekte. In deze bollen maakte hij bewust een afwijking, een spleet of een welving. Dit om een spanning te creëren en het beeld een richting te geven. In 1967 maakte de Nederlandse publieke omroep VPRO een documentaire over Frans Peeters genaamd: ‘De Ronde Wereld van Frans Peeters’.
Frans Peeters
02.05.25 - 31.05.25




In 1969 nam Peeters deel aan de 10e biënnale van beeldhouwkunst in het Middelheim Museum in Antwerpen.
Een jaar later creëerde hij een groot polyesteren sculptuur voor het Nederlandse paviljoen op de wereldtentoonstelling in Osaka, Japan. De uitgerokken en gebogen bolvorm, die net boven een waterpartij leek te zweven, werd na de tentoonstelling door een sigarettenfabriek aangekocht en voor hun fabrieksgebouw geplaatst. Het deed hen denken aan een uitgeduwde sigarettenpeuk. Wanneer hij een juf met kinderen een rondleiding zag geven op zijn tentoonstelling, sloot hij zich bewust niet bij de groep aan. “Dan zou ik vernomen hebben wat ik met mijn werken bedoel, en die wetenschap moet voor mij een geheim blijven.”
Door de perfectie in afwerking beoogde de kunstenaar zijn hand onzichtbaar te maken. Een beeld moest op zichzelf staan, en los van emotie bestaan. Een zekere speelse eigenheid in zijn werk blijkt echter onontkenbaar. Dit is misschien nog wel het meest zichtbaar in de foto’s die hij zelf maakte van zijn sculpturen. De zoektocht naar een perfectie van vorm krijgt door zijn documenterende lens soms een erotische bijslag. De kunstenaar lijkt toch nooit losgekoppeld te kunnen worden van zijn werk. Zelfs in zijn keuze om zo onzichtbaar mogelijk te zijn, toont hij zichzelf.
De werkplaats van Frans Peeters was een hangar waar de immense mallen voor het gieten van polyester opgeslagen stonden en de tientallen beitels en schaven netjes op orde van grootte gerangschikt aan de muur hingen. Peeters was bijzonder technisch aangelegd. Zo ontwierp hij een telescoop die op het dak van zijn werkplaats geplaatst werd en waardoor hij foto’s van de maan nam. De gehele constructie inclusief de lenzen en spiegels -tot op een 40.000ste van een mm precies- werden door hemzelf uitgetekend en vervaardigd.
Midden jaren tachtig maakte Frans Peeters een serie verchroomd stalen sculpturen die door aanraking in beweging gezet konden worden en die op fascinerende wijze geconstrueerd waren. De‘staalobjecten’ uit deze periode refereren dikwijls aan het begrip ‘boom’: “Wat wij zien en noemen, is onszelf, onze wijze van benaderen, ons schamel vermogen om te tellen: lucht, takken, wind, boom. Kunst noemt niet, kunst poot bomen.”
Frans Peeters, Staalobject, verchroomd staal, 58 x 22,5 x 12,5 cm, 1987


Frans Peeters, Rood Bolplastiek, polyester, 30 cm diameter, circa 1967
Voor transportbedrijf Frans Maas ontwierp Peeters begin jaren 80 het nieuwe hoofdkwartier en verzorgde hij de volledige inrichting. Hij maakte ook zijn eigen meubilair. Een grote lindehouten eettafel met een linoleumblad uit zijn huis doet nog dagelijks dienst. Een bewijs van degelijkheid van de constructies die erg verfijnd en met precisie afgewerkt werden. Naast meubels maakte de kunstenaar ook een aantal overmaatse blokkendozen en puzzels voor zijn kinderen.
Na de dood van Frans Peeters in 2006 werden zijn kleinere sculpturen onder de erfgenamen verdeeld en de grootsten verkocht aan op de loer liggende grootgrondbezitters. Op de stadskoer van een van de dochters worden tegenwoordig enkele bolplastieken als bloempot gebruikt, terwijl ze langzamerhand hun zijdeglans verliezen. Misschien vinden deze sculpturen het wel ontspannend om even niet zo aux sérieux genomen te worden.
Frans Peeters, Bolplastiek, polyester, 60 x 60 x 30 cm, midden jaren 1960. Foto door de kunstenaar
Tentoonstellingen (selectie):
1967: Signalement 67, Stedelijk Museum Amsterdam
1968: Galerie Mickery, Amsterdam
1969: 10e Biënnale voor Beeldhouwkunst, Middelheim Antwerpen
1969: Triënnale der Zuidelijke Nederlanden, Van Abbemuseum/KMSKA
1970: Wereldtentoonstelling Osaka
1971: 11e Biënnale voor Beeldhouwkunst, Middelheim Antwerpen
1973: Enkel des Stijl, Neue Galerie, Aachen
1986: Galerie Wansink, Roermond
In collecties:
Rijksmuseum Amsterdam, TUE Collectie, Museum Roermond, Peter Stuyvesant Stichting, Heineken Collection, e.a.


Frans Peeters' sculptuur op de wereldtentoonstelling te Osaka, 1970


Van harte welkom op de vernissage:
2 Mei 2025
16 - 20 u
Aboli Bibelot
Muntstraat 15
2000 Antwerpen
België